Aanvullende
tekst bij het Interview met Marnel Breure
Over
voodoo in Benin
door
Matthijs Blonk |
|
Fetisjmarkt
in Cotonou
foto Kristien van den Oever
|
Voodoo
is een oude animistische godsdienst die vooral aanhangers
heeft in het West-Afrikaanse Benin en de buurlanden Togo
en Nigeria. Via de gedeporteerde slaven bereikte voodoo bovendien
Brazilië, Cuba en Haïti. In Suriname heeft zich
met winti een eigen variant ontwikkeld.
In
Benin zijn het vooral de Fon en de Yoruba, de twee grootste
etnische groepen, die een verwant animistisch wereld- en
godenbeeld hebben.Aan
de top van het voodoo-universum staat de dubbelgod Mawu-Lisa,
de schepper van de aarde. Mawu is de vrouwelijke maan,
en Lisa de mannelijke zon. Mawu-Lisa, die ooit in harmonie
met de mens leefde, trok zich terug in de hemel. Daarop
werden de voodoogoden geschapen, de kinderen van Mawu-Lisa,
om het contact met de aarde en de mens te onderhouden.
Het
laatste kind is Legba, een bemiddelaar, die de rol van
schelm speelt en de mensen uitdaagt tot controversiële
keuzes. Op het laagste niveau zijn de (voorouder)geesten
actief, zij zijn het gemakkelijkst bereikbaar voor
aardse stervelingen.
Ruim
veertig procent van de Beniners is aanhanger van voodoo.
Na een mislukte poging van de overheid om in de jaren zeventig
het animisme de kop in te drukken, is voodoo sinds 1992
een erkende godsdienst, met 10 januari als officiële
religieuze feestdag. Dan is vooral de uiterlijke vorm van
voodoo manifest.
Mensen
in uitbundige kleurrijke kleding dansen gedreven op de
felle ritmes van trommelaars, hun muziek maakt het de geesten
mogelijk om naar de aarde af te dalen. Mensen raken in
trance en leggen hun persoonlijkheid af. Anderen brengen
zichzelf met botte messen symbolisch verminkingen toe.
Behalve
uitbundig is voodoo ook heel aards. Dat is onder andere
te zien aan de amorfe organische vormen van de altaartjes
waarop palmolie, eieren, meel en bloed geofferd wordt. Zo’n
altaar kan er onbeschrijfelijk smerig uitzien: een blubberige
substantie die traag lijkt uit te vloeien, bestrooid met
gele pigmenten, en overal kleven veertjes van geofferde kippen.
De
voodoocultus is gericht op een maatschappelijk evenwicht
en de zorg voor vruchtbaarheid en gezondheid. Het negatief
aanwenden van bovennatuurlijk krachten is in theorie niet
toegestaan. Maar de praktijk is anders. Wie
in Benin het oor te luisteren legt, vangt allerlei nare
verhalen op: Ogun, de god van het metaal, zou verkeersongelukken
veroorzaken. Er is sprake van plotselinge onverklaarbare
ziektes.
Dood
door vergiftiging lijkt aan de orde van de dag te zijn.
Volgens de Beniners kan die ellende door voodoopriesters
veroorzaakt worden. En dat allemaal in opdracht van een dorpsgenoot,
iemand uit de straat, de buurman, of een familielid. De alledaagse
realiteit is dat voodoo voor een deel is verworden tot een
angstaanjagend systeem dat drijft op krachten als wantrouwen
en afgunst.
©
Matthijs Blonk/Indigo/ november 2006 |